Appels

Omdat ik veel van appels hield
want appels zijn gezond
en ik het klokhuis ook opat
als ik geen vuilbak vond

Ik vulde mij met appel zijn
het bloesemde me in de borst
Ik groeide en trok wormen aan
geen hartstocht zonder bitterheid
of zomer zonder dorst

Mijn binnenste van leegte vol
maar had ik het niet zelf gezocht?
Toch heb ik in de winkel voor
2 euro voor een kilogram
opnieuw 6 appelen gekocht

Liet het weer in me groeien
bewuster deze keer
en raak ik zo mezelf soms kwijt
doe ik het gewoon weer

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Waar de monsters nu naartoe zijn

“Waar de monsters nu naartoe zijn” gaat over monsters. Omdat je die wel degelijk tegenkomt op een reis van buik naar hoofd (of andersom).

Het boek is nu te koop via bol.com (https://go.bol.com/ep/9200000074361930)
Maar wil je een bijzonder pakje met een gesigneerd exemplaar, laat het me weten (het kost 16 euro, inclusief verzending)

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Een plek waar boeken kunnen stappen

Als ik mijn ogen tot spleetjes knijp zie ik in de verte meestal wel een boek naar me toekomen. Dan ben ik blij dat ik zo’n vijftien jaar geleden verhuisde naar een plek waar boeken kunnen stappen.
Een boek kan in stilte naar je toe lopen, en je dan plots verrassen.

Gedichten schrijf ik bijna dagelijks. Al weet ik niet of ik ze gedichten mag noemen. Ik noem ze zo omdat ze de vorm van een gedicht hebben, maar misschien zijn het ook maar bedenkingen. Waar ik een beeld bij zie. En waar ik dan tijdens het schrijven een melodie aan geef, of een ritme. Misschien zijn het daarom liedjes. Maar dan zonder muziek.
De lichting van het afgelopen jaar had ik al verzameld, soms met een illustratie bij. Maar het geheel klopte nog niet. Tot ik een tijdje terug in de Marie-Thérèse zat te schrijven. Na het echte schrijfwerk noteerde ik nog vier regels. Dat die het einde zouden vormen van mijn verzameling gedichten, bedacht ik.
Toen ik de ketting herlas, met de vier regels erbij, klopte het.

Nu komt het in boekvorm naar me toe. Het draagt de titel “Waar de monsters nu naartoe zijn” en bevat gedichten en illustraties.
Nog heel even wachten nu, tot het aan de deur klopt (want boeken kloppen eerst, ze vallen niet zomaar binnen).

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Met mijn wolven rennen

In nachten vol van zorgen
zag ik hun tanden weer
De winter had hen scherp gemaakt
het harig vel op knokenbed
omsingelden mij toen ik
heel even niet had opgelet

Miste de moed om sterk te zijn
ik zag geen vlucht meer
kon niet schuilen
Omdat ik ook maar mens kan zijn
begon ik luid te huilen

Ik huilde en zij huilden mee
zij renden en ik rende
er kwam dat krachtig zijn in mij
dat ik tot dan niet kende
Hun schaduw had mij altijd al
wat verder weggejaagd
maar wie zij werkelijk waren
had ik mij nog nooit afgevraagd

Streel ik de ruwe haren
probeer te leren kennen
voel dat zij ook wel menselijk zijn
en ik ook wolvig ben en
in nachten vol van angstig zijn
zal ik weer met hen rennen

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Een warme sjaal

Veel leeftijdsgenoten kregen Leonard Cohen via de navelstreng naar binnen. Bij mij was dat niet zo, mijn moeder sprak minder Engels dan Louis De Funès en luisterde niet naar wat ze niet verstond.
Als tiener kwam ik de liedjes van Cohen wel tegen, maar ik nam er geen tijd voor. Cohen was toen al oud in mijn ogen. Nu ik zelf ouder ben in mijn ogen luister ik er wel naar.
Zijn liedjes zijn nooit zo ingewikkeld, wel vrij lang en volgens een vast patroon. Als een warme sjaal.

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Dichter

Het was een vlucht
voor waar ik bang voor was:
een kop met grote monden aan
een trein die nooit meer stoppen kan
veel lampen in de supermarkt
een holte in mijn binnenkant

Het was dat vluchten
van de afgrond weg
dat bracht ons beide daar
als dichter bij elkaar

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Heimwee is een machine

Heimwee is, net als eenzaamheid, iets dat zichzelf regelmatig in gang zet. Ook wanneer je je afvraagt waar dat voor nodig is. Als een machine die om de zoveel tijd weer heropstart om zich ervan te verzekeren dat alles nog werkt.

Als ik heimwee heb is het naar niets. Naar het prikken van de ruwe mat onder de tafel van mijn grootouders. Waar ik op lag terwijl ik de onderkant van de tafel bestudeerde. Naar thuiskomen na een week op kot. En naar het huis van mijn groottante in Visé. Gek dat ik dat oude huis blijf voelen. Dat ik me de klank van de telefoon in de hal nog herinner en dat ik in gedachten nog altijd in de koekoeksklok kan kruipen. Vroeger kroop ik erin door ernaar te kijken. Die klok werd dan een echt huis, waar ik in zat om even weg te zijn van de volwassenen die grote stukken rijsttaart aten.

Vandaag bedacht ik dat ik nog eens naar Visé wou gaan. Alleen. Met de trein. Om te zien of de straten nog net zo grijs zijn als toen. Maar ik vrees dat ik in dat grijze niet meer zoveel kleuren zal zien. En dan komt de heimwee weer, als een grote machine.

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Ik hou veel van jouw naam

Hij hield niet van zijn naam
Iemand lachte hem uit

Dan zwijg ik maar
dacht hij nu
ik zeg mijn naam niet meer
Als iemand vraagt
dan zwijg ik
Als zij hun vraag herhalen
dan zwijg ik nog een keer

Verdween toen in een gaatje
een kiertje tussenin
Uitlachen maakt je kleiner
dan pas je daar net in

De gangen die hij tegenkwam
waren donker
smal en lang
Omdat hij alleen weg wou zijn
maakte het hem niet bang

Overal waren er ogen
als iedereen die je ziet
Maar vragen zij mijn naam
dacht hij
dan zeg ik die echt niet

Eén paar ogen bekeek hem
toonde zoveel verdriet
En hij stopte daar en vroeg toen:
Ik ken je helemaal niet
maar je lijkt me zo te treuren
jij lijkt me zo alleen
ik denk dat ik die kant uit loop
moet jij daar soms ook heen?

De ogen stapten voorwaarts
werden zo een gezicht
van een heel aardig meisje
in bijna geen daglicht

Dus zij stapten samen verder
toen het meisje hem zei:
wil jij meer van me weten?
ik ben niemand nu
en jij?

Ik ook, zei hij
maar dacht wel
misschien klopt dat toch niet
ik wil mijn naam niet zeggen
maar ik wil wel dat je me ziet

Het was donkerder
maar warmer
Liepen zij verder samen
zij spraken over alles
maar niet over hun namen

Toen zij wat gingen zitten
om het donker in te staren
Zei hij: dat wist ik niet
dat er zoals ik ben
nog andere kinderen waren

Hij kroop weer uit zijn schuilplaats
nam eerst afscheid van haar
Ik ben Jens
zei hij toen langzaam
Maar dat is toch niet raar!
Zelf heet ik Adelinde
zei ook zij nu langzaam
Weet je wat, Adelinde
ik hou veel van jouw naam

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Vlinder

De vlinder in mij verkleedt zich als blad
uit schrik voor een uithaal
een hap uit zijn zijn

Ik voel me geen blad
maar een danser
rondom hyacinten
rondom paardenbloemen
rondom marjolein
En ooit zal ik vallen
en vliegen en vallen
en ooit blijf ik liggen

Hand, als je me vindt
vouw mijn kleuren naar buiten
stop mijn ziel in een doosje
zodat ik niet zomaar verdwijn
bewaar de gedachte
dat ik meer dan een blad
echt vlinder kon zijn

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Wonen in een Arcade

Nog niet zo lang geleden was het een noodzakelijk kwaad. De jongens hadden er de tijd van hun leven. Buiten regende het. Alweer.
Ik verdroeg het door in mezelf te kruipen en een denkbeeldig schild te maken tussen mijzelf en het teveel aan licht en lawaai.

Daarna deed ik wat ik altijd doe wanneer iets me te groot wordt. Ik kroop erin en werd zelf een deel van het licht en het lawaai. Ik werd een zombie uit The House of the Dead.
Zombies verdwijnen nooit echt, dus zal ook ik er altijd eentje blijven. Daardoor ben ik nu dol op Arcades. Mogelijks schuif ik er ooit een paneel uit het vals plafond opzij, dan kruip ik er echt in om er te blijven wonen.

Ondertussen filmde ik er al wat, om een deeltje mee naar huis te kunnen nemen.
Daar schreef ik een klein liedje bij (hoe voller de wasmand na de vakantie, hoe kleiner de liedjes, dat is nu eenmaal zo).

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS