Een boom is veel te groots om te kunnen vangen op een blad. Maar het is fijn om er een impressie van te geven. Om te proberen om water en verf te temmen. De grilligheid ervan te bewaren, en het toch ook te kneden tot een boom. Of een beeld ervan.

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Vrienden tot aan de maan

Ze zijn er! En… ze zijn met twee. “Vrienden tot aan de maan” is een warm boek over vriendschap, over bang zijn, en over niet altijd lief zijn voor elkaar. Met héél veel prenten. Het verrassingsboekje “Het meisje van de maan” krijg je er zomaar bij.
De prijs is 17 euro, inclusief verzending. Stuur me een berichtje als je graag een mooie pakje ontvangt.

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Bister

Bister is een natuurlijk kleurpigment dat gemaakt is uit het roet van verbrand hout of uit gemalen bast van walnoten. Je koopt het in poedervorm en moet het mengen met water (zo kan je makkelijk zelf bepalen hoe geconcentreerd, en dus donker, het moet zijn).
Met bister werken kan ik niet stap voor stap uitleggen. Hier moet je echt contact maken met je werk en op het gevoel schilderen.
Om er een beetje een beeld van te geven, filmde ik tijdens het maken van een deel van een illustratie.

Gebruikte materialen:
bister (notelaar), waterverf, aquarelpotlood, stevig papier, penselen van verschillende dikte

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Verhalen

Tussen blaadjes groeien altijd verhalen. Nu vallen die op de grond, ze waaien in het rond en zoeken zich een weg naar onze hoofden. Daarom hou ik zo van de herfst.

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Prinses

Prinses mocht naar het bal
samen met haar zussen
van een prins had zij nog nooit gehoord
laat staan van kikkers kussen

Ze moest haar stijfste feestjurk aan
en schoenen die zo knellen
een halssnoer van smaragd en goud
en ook dure oorbellen

Na fijne hapjes en veel taart
ging ze zich zo vervelen
Een bal vind ik wel leuk, dacht zij
maar liefst een om mee te spelen

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

Esdoorn

De ramen naar de tuin
die tranen
een boom die droomt
van ergens weggeweest
haar rode jurk te uitgelaten
gekleed voor een
veel blijer feest

Had zich de zomer laten smaken
was daarom wachtend op nog meer
wou ze zich net wat mooier maken
maar was gewoon te traag geweest

Dat het zich van haar losscheurt nu
bij ieder deel voelt zij meer spijt
Van hout kan men violen maken
maar blaadjes van verwachting vol
tonen alleen haar zwakte
verstopt in dracht en tooi

Ach, kijk je naar wat zwakheid is
dan zie je
dat is ook wel mooi

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De vogel en het huis

Terwijl jij met je vleugelslag
de hemel openmaakt
zit ik weer als bij donderslag
versteend in al mijn zijn

Ben jij graag weg
vlieg jij graag hoog
Kijk ik niet verder
dan mijn straat en
sluit ik liefst mijn deuren
mijn ramen en
mijn rolgordijn

Kon ik één dag een vogel zijn
zou ik het liefst je vleugels raken
één plekje zoeken, plannen maken
al weet ik dat jij zo niet bent
en ik ook nooit als jou kan zijn

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS

De geest met de bolhoed

Het was zo’n zonnige herfstdag geweest waarop de bladeren op goud lijken.
Zij had die ochtend een mooie wandeling gemaakt. De rest van de dag was ze binnen gebleven. Ze had eventjes piano willen spelen, maar de muziek had haar meegenomen. Toen ze weer opkeek was het al avond.

Het eerste dat ze zag, was een man. Hij was lichtgevend wit en droeg een bolhoed.
‘Goedenavond,’ zei hij. Daarbij gaf hij een tikje tegen zijn hoed.
‘Goedenavond meneer,’ antwoordde ze. ‘Mag ik u vragen om niet op mijn piano te zitten? Ik wil niet onbeleefd zijn, maar op een piano zitten, dat hoort eigenlijk niet.’
‘Schrik niet,’ zei de man.
Maar zij was te oud om te schrikken. Op een dag had ze zich voorgenomen om nergens nog schrik van te hebben. Net zoals ze zich op een dag had voorgenomen om elke dag een stukje taart te eten.
‘Ik ben een geest,’ zei de man. ‘Je mag drie wensen doen.’
Iets in die mededeling maakte haar opstandig. Haar hele leven hadden anderen haar proberen wijs te maken dat ze moest verlangen naar meer. Naar beter. Naar duurder. Naar dunner. Pas toen ze gestopt was met daar naar te luisteren, had ze de echte klank van haar piano ontdekt.
‘Dank u, meneer,’ zei ze, ‘maar ik heb niets nodig.’ Ze had het vriendelijk proberen te laten klinken, maar de teleurstelling op het gezicht van de geest was duidelijk.
‘Laat me wat voor u spelen,’ zei ze.

Ze speelde een lied over de zon op de ruiten. Over hoe mooi bomen zijn, ook al worden ze kaal. En over gaan liggen op bed, en hoe fijn het dan voelt als je hoofd wegzakt in het kussen.
Toen ze stopte, was de geest weg. Ze kleedde zich uit, zag haar benige lijf in de spiegel, en ging liggen op bed.

(Me voorstellend wat voor iemand ik wil zijn als ik oud ben, schreef ik dit stukje.)

Share and Enjoy

  • Facebook
  • Twitter
  • Delicious
  • LinkedIn
  • StumbleUpon
  • Add to favorites
  • Email
  • RSS